In onderstaand overzicht is het financieel meerjarenperspectief samengevat:
Financieel perspectief
Bedragen x € 1.000In deze paragraaf wordt een samenvatting gegeven van de ontwikkeling van het financieel meerjarenperspectief. Hierbij wordt ingegaan op de belangrijkste mutaties. De detailuitwerking en toelichting is opgenomen in de verschillende paragrafen (zie tabel hierboven). Ook wordt inzicht gegeven in de vrije ruimte in het weerstandsvermogen.
Voor de beoordeling van het financieel meerjarenperspectief is het van belang om te weten welke uitgangspunten zijn gehanteerd voor het financieel perspectief. Het opstellen van een financieel perspectief gebeurt op basis van informatie die op dat moment beschikbaar is. Hierbij is altijd sprake van onzekerheden en schattingen. Deze variëren qua omvang en mate van onzekerheid. Daarbij wordt de keuze gemaakt om bepaalde onderwerpen al dan niet financieel te kwantificeren, afhankelijk van de beschikbare informatie en onze inschattingen.
Het meerjarenperspectief 2027 – 2030 kent als startpunt de Programmabegroting 2026 na wijzigingen. De door de raad vastgestelde begrotingswijzigingen zijn hier opgenomen.
Vervolgens zijn alle financiële uitgangspunten benoemd en doorgerekend. In de financiële uitgangspunten is geen rekening gehouden met een eventueel voordelig effect vanuit de herverdeling van het gemeentefonds. Naar verwachting komt hier meer duidelijkheid over bij de meicirculaire 2026. Verder zijn de toegestane uitgangspunten vanuit de Provincie voor het opnemen van structureel ZEH dividend veranderd. Dit dividend van ZEH is eindig, waarbij 2033 de huidige einddatum is. Dit betekent dat de gemeente in haar Programmabegroting stapsgewijs moet aantonen hoe de wegvallende dividendinkomsten de komende jaren gedekt gaan worden. Daarnaast is in de Landelijke Voorjaarsnota 2026 aangekondigd dat de huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening wordt geschrapt vanaf 2028.
Vanuit de jaarrekening 2025 en de eerste maanden van 2026 is in beeld gebracht wat de financiële consequenties zijn van het bestaande beleid. De grootste impact op het bestaande beleid wordt veroorzaakt door lagere kosten voor jeugdhulp en voor wmo begeleiding en dagbesteding. Verder is de noodzakelijke ophoging van de verwachte dotatie aan de onderhoudsvoorzieningen met ingang van 2030 weer opgenomen.
De uitbreidingsinvesteringen zijn herijkt ten opzichte van de Programmabegroting 2026. De bestaande en urgente projecten zijn als uitgangspunt genomen. Dit leidt tot een in omvang hogere investeringsplanning dan afgelopen jaar. Alle uitbreidingsinvesteringen worden met een separaat raadsvoorstel voorgelegd. Om de begroting op langere termijn te ontlasten stellen we opnieuw voor om zoveel mogelijk uitbreidingsinvesteringen te dekken vanuit reserves. Dit zorgt per saldo voor lagere afschrijvingslasten in de begroting. Hier staat tegenover dat de beschikbare vrije ruimte kleiner wordt.
Rekening houdend met de concept jaarrekening 2025 en aanvullende dekking voor toekomstige investeringen is de ontwikkeling van de vrije ruimte als volgt:
Vrije ruimte
Bedragen x € 1.000Bij de uitbreidingsinvesteringen geven we aan welk deel van de afschrijvingskosten van toekomstige investeringen we verwachten te dekken vanuit de algemene reserve. Om dit mogelijk te maken, reserveren we in deze Kadernota extra bedragen in de algemene reserve. Op die manier zorgen we ervoor dat er voldoende middelen beschikbaar zijn om deze kosten te dekken.