Financiële uitgangspunten
Bedragen x € 1.000Toelichting
- De indexatie salarissen en sociale lasten op is gebaseerd op het cao loon bedrijven. Uit het verleden blijkt dat deze index goed aansluit op de kostenontwikkeling. Daar bovenop wordt bij het opstellen van de programmabegroting rekening gehouden met werknemers die in aanmerking komen voor een periodieke verhoging voor het eerstvolgende jaar. Voor de drie daaropvolgende jaren wordt rekening gehouden met een opslag van jaarlijks 0,6% voor periodieke verhogingen of incidentele vergoedingen.
- De indexatie voor bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen en subsidies is gebaseerd op een samengesteld indexatiecijfer. Voor het begrotingsjaar 2027 wordt uitgegaan van de Zeeuwse richtlijn van 3,3%. Voor de drie daaropvolgende jaren wordt deze bepaald op basis van 1/3 prijs materiële overheidsconsumptie (imoc) en 2/3 prijs overheidsconsumptie: beloning werknemers.
- De indexatie voor materiële kosten (bijvoorbeeld verzekeringen, overige diensten etc.) is gebaseerd op basis van de prijs bruto binnenlands product.
- De indexatie voor de wmo en de jeugdzorg binnen het sociaal domein is gelijk aan de indexatie salarissen en sociale lasten (1e bullet). Dit is conform het raadsbesluit van 9 juli 2020 met betrekking tot de indexaties in het sociaal domein. De indexatie voor de overige kostensoorten binnen het sociaal domein is gelijk aan de indexatie voor materiële kosten of de bijdrage aan gemeenschappelijke regelingen en subsidies (Zeeuwse richtlijn).
- De indexatie voor lokale heffingen en overige opbrengsten (bijvoorbeeld ozb, huren etc.) is gebaseerd op basis van de prijs bruto binnenlands product.
- In de voorjaarsnota van het Rijk is een positieve ontwikkeling opgenomen voor het accres in het gemeentefonds. Dit betreft een eerste financiële vertaling voor onze gemeente. Het daadwerkelijke bedrag volgt uit de meicirculaire 2026.
- Met het opstellen van de Kadernota 2027 wordt een een nieuwe jaarschijf aan de begroting toegevoegd, namelijk 2030. Dit bedrag is het verschil in het gemeentefonds tussen het jaar 2029 en 2030. Het bedrag is nodig voor indexatie aan de kostenkant voor het jaar 2030 ten opzicht van 2029.
- De provincie schrijft voor in hoe het dividend maximaal mag worden ingezet als structureel dekkingsmiddel. Dit geldt voor Goes vooral voor het dividend ZEH. We mogen maximaal 75% van € 100 miljoen, vertaald naar ons aandeel van 4,17% inzetten als structureel dekkingsmiddel. Daarbij moet er een afbouw naar 2033 worden verwerkt. De raming van het ZEH-dividend zoals hier opgenomen sluit aan bij de berekening zoals de provincie die voorschrijft. Voor het jaar 2027 is ook rekening gehouden met het verwachte incidentele aandeel in het dividend van ZEH.
Meicirculaire en herverdeling gemeentefonds
Op het moment van schrijven is de meicirculaire voor het gemeentefonds nog niet uitgebracht. Onder punt 6 van de financiële uitgangspunten is een eerste financiële inschatting opgenomen van het financiële effect voor de gemeentelijke begroting. Deze is gebaseerd op de voorjaarsnota van het Rijk. De financiële effecten vanuit de meicirculaire worden zodra gereed aan de gemeenteraad aangeboden met een raadsmemo.
In de meicirculaire verwachten we ook dat een besluit over het al dan niet (gedeeltelijk) doorvoeren van de herverdeling gemeentefonds is verwerkt. Dit is op het moment van schrijven nog niet bekend.