Ter beperking van renterisico’s op de korte schuld dienende gemeenten te voldoen aan de kasgeldlimiet zoals bepaald in de wet Fido. Dit betekent dat de korte schuld voor gemeenten maximaal 8,5% van het begrotingstotaal (totale lasten) mag bedragen. De korte schuld bestaat uit de opgenomen gelden met een oorspronkelijke rente typische looptijdkorter dan één jaar en de schuld in rekening-courant en is bedoeld voor het financieren van lopende uitgaven.
Kasgeldlimiet
Bedragen x € 1.000Afhankelijk van de financieringscondities en renteontwikkelingen wordt er gekozen om langlopend of kortlopend te financieren. Normaal gesproken zijn de financieringscondities bij een kortlopende financiering gunstiger. De rentes liggen veelal een stuk lager dan bij langlopende financieringen. Daarnaast speelt de te verwachte renteontwikkeling op de geldmarkt een belangrijke rol bij de keuze voor het aantrekken van kasgeld. Bij een te verwachten rentedaling op de kapitaalmarkt is kortlopend financieren interessanter.
Wanneer kortlopend wordt gefinancierd moet de kasgeldlimiet in acht worden genomen. Op basis van de Uitvoeringsregeling Financiering voor Decentrale Overheden moet de toezichthouder (provincie Zeeland) worden geïnformeerd bij overschrijding van de kasgeldlimiet gedurende 2 achtereenvolgende kwartalen en zal vervolgens een passende langlopende geldlening worden aangegaan. Dit is in de periode van 2022-2025 niet het geval geweest.