Ga naar de inhoud van deze pagina.
Jaarstukken 2025 Jaarstukken 2025

Analyse van afwijkingen programma 4

In onderstaande analyse wordt een inhoudelijke toelichting gegeven op afwijkingen ten opzichte van de begroting die groter zijn dan € 50.000 op taakveldniveau.

Bedragen x € 1.000

0.10 Mutatie Reserves

Binnen het programma Sociaal Domein was er werkelijk een voordeel van € 4,8 miljoen. Dit voordeel is onderliggende taakvelden nader toegelicht. Dit voordeel is gedoteerd aan de reserve sociaal domein conform de financiële spelregels. Daarnaast zit valt ook de reserve arbeidsmarktregio binnen programma 4. Het saldo van € 1,5 miljoen vanuit de projecten van de Arbeidsmarktregio is gedoteerd aan de reserve arbeidsmarktregio.

6.1 Samenkracht en burgerparticipatie

Onder samenkracht en burgerparticipatie vallen veel verschillende producten, in totaal is een voordeel van 2,9 miljoen.

Op het product asielzoekers en statusgerechtigden zit een voordelig effect van € 2,6 miljoen.

Het grootste voordeel op dit product wordt behaald door de Rijksmiddelen die we hebben ontvangen voor de opvang van de van de Oekraïense vluchtelingen. We hebben een sobere, maar doelmatige aanpak toegepast in onze opvangfaciliteiten. Ondanks dat de ontvangen vergoeding per bed per dag voor de opvang van Oekraïense ontheemden in 2025 naar beneden is bijgesteld, houden we hier middelen op over. Dit betekent dat we zorgvuldig hebben gepland en geïnvesteerd om ervoor te zorgen dat elke euro effectief wordt besteed. Door efficiënt gebruik te maken van middelen konden we de kosten laag houden zonder de kwaliteit van de opvang in gevaar te brengen. We hebben in een eerder stadium ervoor gekozen om panden aan te kopen in plaats van te huren, wat heeft bijgedragen aan het verlagen van de huisvestingskosten.

Op het product wijkgericht werken zit het budget voor Wijk en dorpsverenigingen. Zij mogen hun toegekende budget (dat door de gemeente wordt beheerd en pas als een subsidie wordt uitgekeerd na een bestedingsvoorstel) maximaal 3 jaar sparen voor een spaardoel. In 2025 zijn er door de wijk en dorpsverenigingen minder bestedingsvoorstellen ingediend hierdoor is er € 50.000 minder uitgegeven dan begroot.

Op het product welzijn is er een voordeel ontstaan van € 122.000. In 2025 is er gestart met preventie en sociale basis/Samen voor een Gezond Goes waarvoor een incidenteel budget van € 250.000 beschikbaar was. Van dit budget is in 2025 € 170.000 uitgegeven en het resterende budget dat nog beschikbaar is willen we in 2026 inzetten voor het verder borgen van een laagdrempelig en preventief aanbod voor onze inwoners. Dit wordt gedaan met door het ondersteunen van initiatieven van een laagdrempelig aanbod, maar ook in de vorm van marketingcampagne die alle verhalen van de sociale basis samenbrengt onder de #samenvoorgezondgoes zoals o.a. de zichtbaarheid van jonge mantelzorgers en het vervolg op de mantelzorgcampagne, maar ook de doorontwikkeling van het WijzijnGoes platform. Daarnaast zijn op verschillende budgetten kleine voordelen.

Het product algemene voorzieningen wmo heeft ook een voordeel van € 102.000, dit komt door incidentele middelen die vanuit een circulair hebben ontvangen. Hier stonden in 2026 geen uitgaven voor geraamd. Het bedrag valt vrij in de reserve sociaal domein.

Op het product integrale zorg is er een voordeel van € 1,19 miljoen aan de lastenkant en hetzelfde bedrag als nadeel aan de batenkant. Het gaat hier om de uitvoering en kosten van het Integraal ZorgAkkoord. Goes treedt hier namens de Zeeuwse gemeenten op als mandaatgemeente en is daarmee ook de ontvanger van de toegekende subsidiegelden. In 2025 is er flink snelheid gemaakt met alle zaken zoals opgenomen in het uitvoeringsplan dat in september 2024 is vastgesteld. Maar de hoeveelheid aan opgaven is groot en ondanks dat er veel en grote stappen gezet worden, lukt het nog niet om alle middelen nu al volledig in te zetten. De mate van capaciteit in de regio, maar ook regionaal en dat wat haalbaar is om te realiseren is nog niet in balans. Concreet: er blijven middelen over op de coördinatietaken regionaal, onder andere bij mandaatgemeente Goes. Daarnaast zijn er aan het eind van het jaar middelen terug gekomen vanuit de 13 gemeenten die bedoeld waren om lokaal in te zetten op het IZA vraagstuk, maar waarbij veelal de capaciteit binnen een gemeente de bottleneck vormt. Rondom digitalisering is er wat vertraging opgelopen door de wens om de diverse aanpakken Zeeuws meer te verbinden met elkaar. Tot slot waren er middelen gereserveerd om als gemeenten mee te kunnen lopen in de uitvoering bij transformatieplannen van zorgpartijen, maar die inzet van middelen is nog niet aangesproken.

De kosten die gemaakt zijn ten behoeve van het IZA zijn nu in deze jaarrekening verantwoord. Omdat het een SISA-regeling betreft moeten de niet bestede middelen terug naar het Rijk.

6.21 Toegang en eerstlijnsvoorzieningen WMO

De bijdrage aan GR de Bevelanden voor de uitvoeringskosten WMO zijn € 261.000 lager dan begroot. Dit komt door een budgetneutrale wijziging die door GR de Bevelanden bij de bestuursrapportage 2025 is voorgelegd in de 2e begrotingswijziging 2025. Ondanks dat de begrotingswijziging budgetneutraal was, heeft het binnen de gemeentelijke begroting wel een effect op de verschillende uitvoeringskosten van GR de Bevelanden op de verschillende taakvelden.

6.22 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd

Het voordeel op het taakveld 6.22 is met onder andere ontstaan door incidentele baten. Er is door vanuit het COA een vergoeding ontvangen van € 273.000 de inzet van dure jeugdhulp voor een casus van een alleen minderjarige vluchteling. Ook hebben we vanwege het woonplaatsbeginsel incidenteel een bedrag ontvangen van € 84.000 vanuit een andere gemeente. Aan de lastenkant hebben we € 409.000 lagere jeugdhulplasten, dit wordt nader toegelicht bij de taakvelden 6.751 jeugdhulp.

6.23 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Integraal

Op het budget van het Stevig Lokaal Team (SLT) is € 100.000 over. Dit budget was gereserveerd voor de inzet van een kwartiermaker. Dit komt door de aangenomen motie in 2025, waardoor de visie SLT is aangehouden. Door het aanhouden van de visie konden we het gereserveerde budget niet inzetten voor het aanstellen van een kwartiermaker.

6.3 Inkomensregelingen

Per saldo is er op inkomensvoorzieningen aan de lastenkant € 1.063.000 minder uitgegeven. De bijstandsuitkeringen (€ -600.000, BBZ-uitkeringen (€-260.000) en IOAW/IOAZ (€ -173.000) fluctueren jaarlijks afhankelijk van de instroom en uitstroom. In 2024 is instroom van statushouders is gestabiliseerd, wat een positief effect heeft op de bijstandsuitkeringen. Op het project basisbanen hebben we in 2025 een budget van € 100.000 nog niet besteed, omdat de opstartfase van het project langer duurt omdat de selectie en voorbereidingstraject van de deelnemers meer tijd in beslag neemt dan verwacht. Het niet bestede bedrag zal middels een resultaatbestemming worden ingezet in 2026.

Er is een voordeel op de baten van € 627.000. Dit wordt veroorzaakt doordat de rijksbijdrage voor de bijstandsuitkeringen hoger was, dan begroot.

Op het minimabeleid zien we en overschrijding van de uitgaven (€ -65.000), dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een hogere bijdrage voor de kwijtschelding gemeentelijke belastingen.

Ook vallen de middelen die we voor de toeslagenproblematiek ontvangen onder schuldhulpverlening. Onze gemaakte kosten achteraf volledig door het Rijk gecompenseerd. Hierdoor is er aan de batenzijde een voordelig effect van € 370.000

6.4 WSW en beschut werk

Binnen de sociale werkvoorziening hebben we vanuit de meicirculaire 2024 nog € 91.000 beschikbaar op een stelpost, welke we beschikbaar houden voor toekomstige uitgaven binnen de sociale werkvoorziening. Daarnaast hebben is in de decembercirculaire een compensatie uitgekeerd voor medewerkers van de Betho inzake de belastingnadelen. Na bekendmaking van de decembercirculaire is deze compensatie zo snel mogelijk uitgekeerd. Echter kan de decemberciruclaire financieel niet meer met een begrotingswijziging verwerkt worden, omdat deze te laat komt voor besluitvorming. Daarom is er op deze post een overschrijding van € 277.000. Per saldo is dit aan de lastenkant een overschrijding van € 178.000.

Aan de batenzijde is er een voordeel van € 454.000. Dit betreft de afrekening van het resultaat 2025 van de Betho.

6.5 Arbeidsparticipatie

Op het product werkgelegenheid zitten de budgetten van de arbeidsmarktregio. Verschillende projecten zijn nog niet afgerond waardoor de werkelijke uitgaven lager liggen dan begroot. Daarnaast waren de inkomsten ook hoger. Het totale saldo van € 1,5 miljoen is aan de reserve arbeidsmarkt regio toegevoegd, zie ook taakveld 0.10 mutaties reserves.

Re-integratietrajecten vallen ook onder dit taakveld. Hier is in 2024 € 465.000 meer uitgeven dan vooraf begroot. Dit komt door een veranderde populatie van de bijstand. Er is sprake van multi problematiek en een toename van jongeren en statushouders in de bijstand. Hierdoor groeit de ondersteuningsvraag. Tenslotte is er meer inzet van loonkostensubsidies en beschut werk, waardoor ook de begeleidingskosten stijgen.

6.712 Begeleiding (WMO) / 6.713 Dagbesteding (WMO)

Op de maatwerkvoorziening WMO begeleiding hebben we een voordeel van € 724.000 en op dagbesteding € 468.000. Een verklaring hiervoor is dat SWVO bij het opstellen van de prognose uitgegaan was van stijgende kosten door hogere tarieven van de aanbieders vanwege de vernieuwde contracten, er sprake is van vergrijzing en sommige aanbieders wachtlijsten hadden. In verband met dat laatste is SWVO uitgegaan van uitgestelde vraag (met name bij begeleiding). Wachtlijsten zijn weliswaar verminderd maar de uitgestelde vraag is (nog) niet zichtbaar. Ook de voorziene kostenstijging door de nieuwe contractering is uitgebleven. Een verklaring hiervoor is dat met behulp van het normenkader de gemeentelijke toegangen nu per cliënt in tijdseenheden indiceren waar dat voorheen een lumpsum bedrag per client was. Deze indicering sluit meer aan bij de werkelijke hulpvraag.

Voor dagbesteding geldt dat steeds meer gebruik gemaakt wordt van de indicatievrije dagbesteding/inloop kwetsbare ouderen. Hierdoor zijn clienten op een later moment aangewezen op de reguliere vormen van dagbesteding. In Goes zijn deze vormen van indicatievrije DB te vinden op 5 locaties. Verder zien we al een aantal jaar een verschuiving van specialistische (= duurdere vorm) dagbesteding naar reguliere dagbesteding.

6.751 Jeugdhulp ambulant lokaal / 6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal /6.753 Jeugdhulp ambulant landelijk/ 6.762 Jeugdhulp met verblijf regionaal / 6.763 Jeugdhulp met verblijf landelijk /6.821 Jeugdebescherming /6.822 Jeugdreclassering

In 2025 zien we de inzet op de beweging naar voren binnen het jeugdhulpstelsel. Dit betekent dat de inzet van zwaardere, specialistischere en kostbaardere vormen van jeugdhulp verder worden teruggebracht en waar mogelijk voorkomen. Deze ontwikkeling sluit aan bij het beleid om hulp zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig in te zetten. Het effect is terug te zien in de afname van de uitgaven voor jeugdhulp met verblijf op de taakvelden 6.762 en 6.763. Tegelijkertijd wordt meer ingezet op lichtere, ambulante vormen van ondersteuning dicht bij het gezin en de leefomgeving van jeugdigen. Dit is zichtbaar op de taakvelden 6.752 en 6.753. Waarbij meer nadruk wordt gelegd op normalisatie, versterken van de eigen kracht en het beperken van escalatie. Per saldo levert deze beweging in 2025 een voordeel op van € 1.026.000 op de totale begrote jeugdhulplasten.

Daarnaast was er op taakveld 6.752 vanuit de meicirculaire 2024 een taakstelling van € 688.000 voor jeugdhulp in de begroting opgenomen. Op taakveld 6.821 was er anderzijds vanuit de meicirculaire een extra budget van € 80.000 beschikbaar.

Door de verrekening van de taakstelling is er per saldo in 2025 een positief resultaat van € 435.000 op de jeugdhulplasten.


6.791 PGB WMO

Er zit een voordeel van € 68.000 op de PGB-lasten WMO. Dit voordeel is te verdelen tot € 38.000 voor Huishoudelijke ondersteuning en € 30.000 op begeleiding. Jaarlijks zien we dat de bestedingen van de PGB-budgetten lager worden.

In de afgelopen jaren is het aantal verstrekte PGB’s afgenomen . Er zijn clienten uitgestroomd naar de WLZ en de klantmanagers WIZ (toegang) sturen op passendheid en budgetvaardigheid. Niet iedereen is geschikt voor een pgb, er komt veel bij kijken (oa vastleggen , verantwoorden). ZIN (zorg in natura) is voor veel clienten eenvoudiger.

Het aantal verstrekte PGB’s vanaf 2015 tot en met 2025 is afgenomen van 96 naar 36 voor huishoudelijke ondersteuning en van 99 naar 29 voor begeleiding. Verwacht wordt dat het aantal nu redelijk gestabiliseerd is.

6.792 PGB Jeugd

Er zit een voordeel van € 81.000 op de PGB-lasten jeugd. Jaarlijks zien we dat de bestedingen van de PGB-budgetten lager worden. Regelmatig hebben we de ramingen naar beneden bijgesteld. Bij de bestuursrapportage 2026 en begroting 2027 zal het budget opnieuw geactualiseerd worden.

6.811 Beschermd wonen (WMO)

Aan de lastenkant is er op beschermd wonen een voordelig effect van € 114.000. Voor lokale projecten kunnen we het transformatiefonds aanspreken voor financiële middelen of worden er specifieke subsidies aangevraagd, waardoor reguliere beschikbare middelen in 2025 zijn overgebleven. Voor het zelfregiecentrum is gebruik gemaakt van het innovatiefonds.