Om te voorkomen dat gemeenten te veel risico lopen door renteveranderingen op kortlopende leningen, moeten zij zich houden aan de kasgeldlimiet. Dit betekent dat de korte schuld van een gemeente niet meer mag zijn dan 8,5% van het totaal van de begroting. De korte schuld bestaat uit leningen die minder dan een jaar lopen en geld dat de gemeente tijdelijk van de bank heeft geleend. Dit geld wordt gebruikt voor het financieren van de dagelijkse uitgaven.
Kasgeldlimiet
x.1000In geen van de kwartalen van 2025 is de kasgeldlimiet overschreden. Alle kwartalen laten een overschot aan netto vlottende middelen zien. In het 1e en 2e kwartaal is de gemiddelde vlottende schuld negatief. Dit houdt in dat meer kortlopende middelen (< 1 jaar) gefinancierd zijn, dan dat er in bezit waren. In de eerste twee kwartalen is er kortlopend gefinancierd met het oog op dalende langlopende rentes. Halverwege het jaar steeg de kapitaalmarktrente juist weer door de onrust in de wereld. Met het risico op verder stijgende rentes is de financieringsbehoefte opgevangen met een langlopende lening. Hierdoor zien we in de laatste twee kwartalen van 2025 weer een overschot aan vlottende middelen.